In iedere zwangerschap wordt er risicoselectie toegepast met betrekking tot de plaats van de partus. Indien er overeengekomen is dat de partus vanwege medische of sociale redenen in het ziekenhuis zal plaatsvinden, waarbij de 1e lijns verloskundige de baring kan en zal begeleiden, is er sprake van een ‘medium risk’ partus, ofwel een BD-partus. Om de juiste overdracht van zorg ná een BD-partus te garanderen is deze werkafspraak opgesteld.
De tenaamstelling ‘BD’ komt vanuit de Verloskundige Indicatie Lijst (VIL) van 2003. Voor verloskundige begeleiding in specifieke situaties wordt door middel van de volgende indeling de meest aangewezen zorgverlener vastgesteld:
A: Eerstelijns verloskundige zorg
B: Overlegsituatie
C: Tweedelijns verloskundige zorg
D: Verplaatste eerstelijns verloskundige zorg
Iedere BD-partus wordt bij de Transmurale Zwangerenbespreking (TZB) ingebracht, zodat er al een dossier is aangemaakt in de Isala.
Aan deze plaatsindicatie betreffende de partus zijn voor de barende geen kosten verbonden. In de 2e lijn wordt de barende opgenomen met een BD indicatie, door de secretaresse of de ZOCO. Deze dient dit correct te registreren om te voorkomen dat de barende een factuur krijgt voor een poliklinische baring.
2. Beleid
Indien een cliënte met een BD-indicatie in partu komt wordt deze cliënte via de zorgcoördinator (ZOCO) aangemeld (via 088 – 724 7978), waarbij specifiek wordt aangegeven dat het een BD-indicatie betreft, inclusief de indicatie hiervoor. De ZOCO brengt de arts-assistent/klinisch verloskundige op de hoogte van de aanwezigheid van een BD-partus. Voor aanvullende beleidsafspraken durante partu wordt verwezen naar de betreffende protocollen voor de geldende indicaties.
Bij BD-partus zonder klinisch kraambed, bijvoorbeeld:
fluxus i.a. tot 2000 cc (anders klinische partus)
MPV i.a. (tenzij accreta/incretea, dan klinische partus)
–> De 1e lijns verloskundige verstrekt durante partu, aan de betrokken verpleegkundige of kraamzorg, alle gegevens die nodig zijn voor een complete dossiervorming van de Isala. Indien er tijdens de partus geen consult/overdracht aan de 2e lijn plaats vindt hoeft er geen verslag uitgebracht te worden aan de arts-assistent of klinisch verloskundige.
Bij BD-partus met klinisch kraambed, voor observatie kind, bijvoorbeeld:
SSRI gebruik
GBS en AB-profylaxe
–> De 1e lijns verloskundige verstrekt durante partu, aan de betrokken verpleegkundige of kraamzorg, alle gegevens die nodig zijn voor een goede zorgverlening durante partu.
–> De 1e lijns verloskundige draagt post partum zorg voor een complete schriftelijke overdracht van de partus en verloskundige zwangerschapsgegevens aan de klinisch verloskundige of aan de arts-assistent.
–> Indien er bij de partus assistentie was van externe kraamzorg dan dient er door de 1e lijns verloskundige éénzelfde overdracht gedaan te worden aan de verpleegkundige, waarbij de externe kraamzorg bij vertrek nog een laatste mondelinge overdracht doet van de laatste bevindingen, aan de overnemende verpleegkundige.
NB: Op het moment van schrijven wordt begeleiding door externe kraamzorg alleen door Naviva, de Kraamvogel en Monique Boer verzorgd.
–> Het in consult vragen van de kinderarts dient door de 1e lijns verloskundige gedaan te worden: zowel telefonisch (aan de arts-assistent van de kindergeneeskunde, tel: 088-6247389), graag tussen 8.00 en 23.00 uur, als schriftelijk (bij voorkeur via een verwijzing in ZorgDomein en als dat niet mogelijk is dan via het formulier “verwijzing naar kinderarts door eerstelijns verloskundige”, welke in het documentenmapje op de betreffende verloskamer gelegd wordt).